Zeewolde Actueel

Maandag, 1 juni 2020

Uw huis-aan-huis nieuwsblad met het laatste nieuws uit Zeewolde

Henk de Wit vroeg zijn vader of de oorlog misschien langer zou duren dan één dag

Henk de Wit vroeg zijn vader of de oorlog misschien langer zou duren dan één dag
Redactie: Mannes Schoppink

ZEEWOLDE - Wat deed u gedurende de oorlogsjaren ’40-‘45? Kunt u zich de bevrijding nog herinneren? Deel 11: Henk de Wit (89).

Onweer

Hendrik Willem (Henk) de Wit werd op 2 mei 1931 in Amsterdam geboren als oudste kind van de toen 32-jarige Barend Johannes de Wit en diens half jaar jongere vrouw Annetje Maria Noppe. Acht jaar later werd er nog een zusje geboren. De familie woonde op dat moment al in Den Haag. Vader De Wit was rijksambtenaar en verbonden aan het ministerie van Financiën. Hij werkte bij ‘Waarborg’, waarvoor hij gouden en zilveren voorwerpen keurde. Toen de oorlog in mei 1940 begon, zat Henk al ruimschoots op de lagere school. Henk herinnert zich de tiende mei nog heel goed. “Ik was natuurlijk nog jong en ging af op wat mijn vader en moeder zeiden. Mijn ouders hadden nooit verwacht dat het oorlog zou worden. Wij waren toch neutraal? Wellicht hebben ze gedacht dat dat begrip nog inhoud zou hebben. Niet dus! ’s Ochtends op die tiende mei lag ik op mijn kamertje. Ik hoorde het buiten onweren, althans dat dacht ik. Mijn vader en moeder stonden in de tuin. Ik riep dat het zo onweerde. Vader vertelde me dat dat de kanonnen in het Zuiderpark waren, die op de overkomende Duitse vliegtuigen schoten.” Henk wist natuurlijk niet wat oorlog was. Hij had een keer een plaatje gezien van een tank die huizen platreed, dat was alles. “Ik vroeg mijn vader of een oorlog langer dan een dag duurde. Ik vond het zo absurd. Huizen stuk maken, dat deed je toch niet?”

Op Henks school zou er bezoek komen van de inspecteur. “Die zou ons de namen van het jaar gaan overhoren, vertelde de onderwijzer. In plaats van januari moesten we louwmaand zeggen, in plaats van februari sprokkelmaand enz. Het moest allemaal in het Nederlands. Als we het niet wisten, zou dat niet best zijn voor de meester. De inspecteur kwam binnen in zijn NSB-pak. Naar de maanden vroeg hij niet, maar hij zag wel mijn padvindersriem en die moest af. Ik moest de riem thuis inleveren. Ik vond het heel bedreigend. Het sloeg toch nergens op?”

Dure tarwe

Vooral de laatste oorlogsjaren waren zwaar in het westen van het land. Ook Henk kreeg met gebrek aan eten te maken. “Vader had onze bloementuin omgetoverd in een groentetuin, maar dat was niet voldoende meer en bovendien seizoensgebonden. Ook de kolen voor de kachel raakten op. Lange tijd reed er nog een bakker met brood door de straat. Op een gegeven moment moest hij worden vergezeld door een politieagent, anders werd zijn kar geplunderd.” Vader De Wit mocht voor het werk z’n fiets behouden en reed er weleens mee naar het Westland om te kijken of daar nog eten te halen was. “Uit die tijd stamt mijn moeizame kijk op boeren. Mijn oom die in goeden doen was, moest een keer 4.000 gulden betalen voor een mud tarwe. Daar kocht je voor de oorlog een huis voor.” Op een bijzondere manier kwam Henk op een gegeven moment toch aan eten. “Mijn ouders waren niet verbonden aan een kerk, maar ze kenden een ouderling via wie ik eten kon krijgen. Mijn vader vond het eigenlijk misbruik, maar de ouderling zei dat het eten niet voor hem, maar voor mij was bestemd. Het voedsel noemden we ‘Friese stamp’. Het was een soort grijze massa die nergens naar smaakte. Maar we hadden honger en dan lette je daar niet op.”

Dagelijks vlogen er vliegtuigen over Den Haag. Henk was daar zelfs blij om. “Want ze gingen Duitse steden bombarderen. Dat is nu een verdachte opmerking, maar in die tijd voelden we dat echt zo.” Eén bombardement zal Henk altijd bij blijven, het geallieerde vergissingsbombardement op zaterdag 3 maart 1945 op de woonwijk Bezuidenhout in Den Haag. “Daar kwamen ruim 550 burgers bij om het leven, onder wie de dichter Koos Speenhoff. De bedoeling was om een opslagplaats van V2-raketten in het Haagse Bos te vernietigen, in plaats daarvan werd een dichtbevolkte wijk getroffen. De donkere rookwolken waren tot in de verre omtrek te zien.”

Enkele dagen voor de bevrijding werd Henk veertien. De bevrijding zelf was voor hem met recht een bevrijding. “Het was gewoon feest! Er werd gedanst op straat, iedereen kwam weer naar buiten. Het was een heel raar gevoel. Alle spanning was ineens weg. Er vlogen nog wel vliegtuigen over, maar we wisten dat er niets meer aan de hand was.”