Zeewolde Actueel

Maandag, 28 september 2020

Uw huis-aan-huis nieuwsblad met het laatste nieuws uit Zeewolde

Zeewolder dichters kijken vooruit naar ‘Het gevoel van Flevoland in klank, poëzie & beeld’

Zeewolder dichters kijken vooruit naar ‘Het gevoel van Flevoland in klank, poëzie & beeld’Zeewolder dichters kijken vooruit naar ‘Het gevoel van Flevoland in klank, poëzie & beeld’
Redactie: Mannes Schoppink

ZEEWOLDE – ‘Het gevoel van Flevoland in klank, poëzie & beeld’ is het thema van de culturele bijeenkomst die Stichting De Verbeelding op zondag 2 februari organiseert in samenspraak met KUP-11 (‘Kunst uit de polder’). Plaats: Paviljoen De Verbeelding. Tijd: 15.00 – 17.00 uur. Entree: € 12,50. Kaarten zijn te bestellen via www.deverbeeldingzeewolde.nl. De Zeewolder dichters Hans de Bondt, Margriet Poortstra en Nellie Versteeg blikken alvast vooruit en vertellen wat Flevoland voor hen betekent.

Polderdichter

Hans de Bondt (in februari wordt hij 86) was gedurende zijn werkzame leven gereformeerd predikant in onder meer Bant en Rutten en later in Emmeloord. Hij kwam in 1967 naar de Flevopolder en heeft vanaf dat moment zijn hart aan dit unieke stukje Nederland verloren. De gedichtenbundels ‘De polder in je hart’, ‘De polder en de seizoenen’ en ‘De polder, land om lief te hebben’ getuigen van het warme gevoel dat hij voor en bij het nieuwe land kreeg. “Bij de polder denk ik aan de mensen en de moedige wijze waarop zij met het land omgingen,” aldus de ‘polderdichter’. “Dat was al zo in Biddinghuizen en dat is nog steeds zo in Zeewolde. Of ik nu kijk naar de boer die bezig is met het poten van aardappelen, de schitterende veldgewassen of de prachtige afwisseling van de natuur, ik raak altijd weer verrukt. Je mag me rustig een polderfanaat noemen.” Sinds twaalf jaar woont Hans samen met zijn vrouw Hetty in Zeewolde en heeft er vanaf zijn flat aan de Oudaen een prachtig uitzicht over het land, het water en de lucht(en) van Flevoland. “Ik voel me hier geweldig thuis. De polder is voor mij het land vol van leven en van plannen.”

Friezin

Margriet Poortstra (66) werd in Harlingen geboren en groeide even verderop op in Arum. Samen met haar man Erik woont ze al sinds 1984 in Zeewolde. Ze heeft het dorp groot zien worden en is helemaal in de polder ‘geworteld’. Woorden waaraan ze bij Flevoland denkt, zijn ‘ruimte’ en ‘adem’. “Ik ben altijd weer onder de indruk. Denk maar eens aan de dijk tussen Harderbroek en de nieuwe sluis. Heel inspirerend om dat stuk polder op je in te laten werken.” Margriet is in haar geboorteprovincie bekend om haar vele Friestalige gedichten, waarvoor ze diverse prijzen ontving. Ook schreef ze liedteksten, oratoria en musicals in het Nederlands, voornamelijk op religieus/liturgisch gebied. Eén dichtbundel was aan Flevoland gewijd: ‘Bouwlân’. “Die heb ik samen gemaakt met mijn vriend Eppie Dam, die eveneens dichter is. Hij woonde op dat moment in de Noordoostpolder.” In haar hart blijft Margriet in de eerste plaats Friezin, ze heeft Flevoland wel degelijk een warm plekje gegeven. “Een paar jaar geleden werd erover gesproken de provincie op te heffen. Toen had ik echt zoiets van: dat mag niet gebeuren, Flevoland is van ons.”

Liefde

Nellie Versteeg (80) woont sinds vijf jaar in Zeewolde. Het was de ‘liefde’ die haar naar het polderdorp bracht. Bij Flevoland denkt ze aan de ‘ruimte’ en de ‘weidsheid’. Ze merkte dat het ‘hier’ toch wel heel anders was dan in het westen van het land, waar haar roots liggen. “In Zeewolde en in de polder in het algemeen hebben de mensen de moed gehad opnieuw te beginnen. Dat bracht toch wel een zeker risico met zich mee, maar ze durfden het aan! Dan moet je toch wel min of meer flexibel zijn. In het dorpje waar ik vandaan kom had je de gevestigde orde, het duurde er heel lang voor er nieuwe dingen van de grond kwamen. Dat is naar mijn beleving in Zeewolde anders. Er wordt in ieder geval naar je geluisterd, ik proef hier weinig openlijke tegenwerking.” Geschiedenis en poëzie hebben al vanaf de lagere school Nellies interesse. “Dat kwam mede door de meester van klas 6. Hij leerde ons iedere week een gedicht. Zo kwam ik in aanraking met de verzetspoëzie van Jan Campert. Die gedichten blijven me altijd bij!”