Zeewolde Actueel

Vrijdag, 3 juli 2020

Uw huis-aan-huis nieuwsblad met het laatste nieuws uit Zeewolde

Henkie Steenpoot

Henkie Steenpoot

Eigenlijk hadden we nu met z’n allen een maand voetballen moeten kijken. ‘Met z’n allen’ is misschien weer wat overdreven, ‘lekker rustig’ zullen velen waarschijnlijk zeggen. Toch mis ik het allemaal wel. Dat Duitse voetbal zonder publiek, daar is toch geen bal aan! Dan kijk ik op zondagmiddag liever naar die nostalgische wedstrijden van vroeger. Dat waren nog eens tijden! Schoolvoetbal is ook goed voor prachtige herinneringen. Er ging bij ons geen pauze voorbij of wij spoedden ons massaal naar het veld achter de school. Als doelen fungeerden onze jassen. Ik trok mijn trui dan uit en gooide die op de linker doelpaal. Ajax speelde in die tijd al voor de Europa Cup en ieder van ons pikte een naam van een van de Amsterdamse helden. Johan Cruijff en Piet Keizer waren het meest gewild. Ik had helemaal geen zin te moeten vechten voor een naam en ik schreef direct in voor Frits Soetekouw. Frits was een stoere verdediger en ik droeg zijn naam vol trots. Uiteindelijk werd ook duidelijk wie zich Cruijff en Keizer mochten noemen. Evert was, daar kon eigenlijk geen twijfel over bestaan, de beste voetballer van school en hij werd dus Cruijff. Tinus, de linksbuiten, die vanwege zijn onnavolgbare acties ook wel ‘Tinus Trukendoos’ werd genoemd, mocht Piet Keizer heten. En Sjaak Swart, Klaas Nuninga en Wim Suurbier, ze waren er allemaal bij. Op een dag moest het ‘echte’ Ajax uit tegen Dukla Praag in de kwartfinale van de Europa Cup. Thuis was het 1-1 geworden en in Praag leek het ook op deze uitslag uit te lopen. Tot drie minuten voor tijd Frits Soetekouw in eigen doel schoot en Ajax was uitgeschakeld. De volgende dag op school had ik het gedaan. Ik werd door iedereen uitgelachen. Het kostte me zelfs mijn plaats in het schoolelftal. Bij het schoolvoetbaltoernooi moest ik het dan ook doen met een plaats op de reservebank. We wonnen alles, maar zonder mij. In de finale moesten we tegen de openbare school uit de andere buurtschap. In het doel ervan stond Henkie Steenpoot. Hoe hij in het echt heette weet ik niet, hij werd zo genoemd omdat hij zijn knie niet kon bewegen. Hij had letterlijk en figuurlijk een schot in de benen en schoot de bal bij zijn uittrappen moeiteloos van de ene kant van het veld naar de andere. Lange tijd bleef het 0-0. Tot bij ons ‘Cruijff’ uitviel en ik hem moest vervangen. Iedereen zuchtte. Dit kon nooit goed gaan! Henkie Steenpoot had de bal en wilde ‘m uitschieten. Ik stond echter binnen 1,5 m van hem en kreeg de uittrap tegen m’n voorhoofd. Ik ging finaal languit, maar de bal… caramboleerde zo het doel in. Het was een doelpunt, we stonden voor met 1-0 en hadden gewonnen! Ik zag overal sterretjes. M’n uitgelaten medespelers trokken me overeind en ik waggelde met ze mee. Zelfs de meisjes langs de kant juichten uitbundig voor me. Dat vond ik nog veel mooier dan de grote beker die we na afloop kregen. En natuurlijk dat we met een foto in de krant kwamen. Vorig jaar overleed de ‘echte’ Frits Soetekouw. Ik zag het bericht in de krant. Ik moest gelijk weer aan dat traumatische gloriemoment met Henkie Steenpoot denken…